
|
Spaanse krijgslieden in het Tachtigjarige Oorlog,
op tegels, in cirkel met kwartrozet in spaartechniek,
in het Rijksmuseum Amsterdam
|
* In de literatuur en in verzamelaarskringen wordt ook gesproken van ‘ridders’
(Jan Pluis, De Nederlandse Tegel, A.02.06.01).
De Tachtigjarige Oorlog was de opstand van de Zeventien Provinciën tegen drie opeenvolgende koningen van het Spaanse Rijk: Filips II, Filips III en Filips IV. Het conflict begon als een bestorming van katholieke gebouwen door protestantse groepen: de Beeldenstorm tussen 10 augustus en oktober 1566. Filips II stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden, om de rust terug te brengen en het katholicisme op te leggen als staatsgodsdienst. Het groeit de onvrede door het afnemen van oude privileges en het opleggen van hoge belastingen, zoals de beruchte ‘Tiende Penning’ van de hertog van Alva.
Edellieden zoals Willem van Oranje vluchtten naar het Heilige Roomse Rijk om van daaruit het verzet te organiseren. De eerste offensieven waren Oranjes eerste invasie (1568) en Oranjes tweede invasie (1572). Toch kon alleen het graafschap Holland onafhankelijk blijven, mede dankzij het gebruik van inundaties, het opzettelijk onder water zetten van het gebied. Dit zelfstandige gebied kon zich langzaam uitbreiden, waarna het uitgroeide tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Na decennia van strijd moest Spanje de onafhankelijkheid van de Republiek erkennen, terwijl de Zuidelijke Nederlanden onder Habsburgs gezag bleven (Vrede van Münster, 1648).
Rijksmuseum Amsterdam
Tweeëntwintig tegels, c.1590-c. 1625, c. 135 x c. 135 x c. 15 mm.
Legaat van de heer Julius Wilhelm Edwin vom Rath, Amsterdam 1910.
BK-NM-12285-A / BK-NM-12285-V
Julius Wilhelm Edwin vom Rath (1863-1940) was een Nederlandse zakenman en kunstverzamelaar.
Hij werd geboren 1863 in Amsterdan als derde zoon van de rijke suikerkoopman en bankier van Duitse afkomst Rudolf vom Rath en Louise Bunge, een dochter van een graanhandelaar. Op 44-jarige leeftijd werd hij benoemd tot firmant in het familiebedrijf Deichmann & Vom Rath. De firma had een groot aandeel in de handel en verwerking van ruwe rietsuiker en beetwortelsuiker, voerde banktransacties uit en handelde in overzeese producten.
Toen Vom Rath 55 was, werd hij door het overlijden van zijn moeder beheerder van familiefortuin. Hij was ongehuwd en kinderloos en woonde in een van de mooiste huizen in Amsterdam, in de zogenaamde ‘Gouden Bocht’ niet ver van kunsthandelaar Jaques Goudstikker. Edwin vom Rath heeft veel van het familiefortuin besteed aan cultuur in Amsterdam. Eind september 1940 overleed hij aan de gevolgen van een val bij het ophangen van verduisteringsgordijnen
01
BK-NM 12228-M
Tegel, beschilderd met een vaandeldrager.
Tijdens de Tachtigjatige Oorlog was dit een belangrijke heroische en symbolische rol, essentiëel bij de geboorte van Nederland.
02
BK-NM 12228-A
Tegel, beschilderd met een tamboer (ook wel trommelslager of trommelaar).
Sinds de 16e eeuw werd de trommelslager gebruikt om tijdens de marsen van de legers het tempo aan te geven en commando's door te geven.
Tijdens het gevecht gaf de tamboer met een wisseling van slagen de bevelen van de krijgsheer door met zijn trommel. Naast voor het geven van signalen werd de trommel gebruikt om marsen ordelijk te laten verlopen en te verlichten. Ook bij de geschutsexercitie speelde de tamboer een belangrijke rol.
03
BK-NM 12228-G
Een tamboer is iemand die op een trommel slaat met een bepaalde functie. De ontwikkeling is in China begonnen en via het Ottomaanse Rijk in Europa terechtgekomen. Tamboers waren volwaardige soldaten met een zeer specifieke taak. Vaak werden de trommelaars ondersteund door hoornblazers die signalen konden weergeven over grotere afstand.
04
BK-NM 12228-Q
Tegel, beschilderd met een pijper.
De pijper gaf tijdens de marsen van de legers het tempo aan te geven en commando's door te geven.
MUSKETIER
05
BK-NM 12228-N
Musketier die zijn laadstok uit de houder onder de loop van zijn musket haalt.
Een musketier is een soldaat die is bewapend met een musket. Door de ontwikkeling van het musket, en de verbetering van de tactieken, ontstond dit type soldaat, naast de piekenier, de soldaat die bewapend was met een piek van 3 tot 5 meter.
Het duurde vrij lang om een musket te laden. Bovendien konden ze niet te vaak achter elkaar worden afgevuurd. Om deze reden was het gebruikelijk piekeniers naast musketiers op te stellen zodat de eersten de laatsten konden beschermen tegen vijandelijke cavalerie.
Musketiers waren om dezelfde reden in de 17e eeuw ook bewapend met een degen, voor het man-tegen-mangevecht, waarbij zij overigens ook hun musket als knuppel konden gebruiken. Langzaamaan werd de degen vervangen door een korte sabel omdat dat praktischer was; deze werd in de loop van de 17e en begin 18e eeuw steeds minder gebruikt, tot ze bij de meeste legers aan het einde van de 18e eeuw verdween. Ondertussen was de bajonet ontwikkeld, waardoor de piekenier ook overbodig was geworden.
Het musket was over het algemeen erg zwaar, en moest door een fourquet (steunvork of gaffel) ondersteund worden om te kunnen vuren.
06
BK-NM 12228-H
Musketier met musket, laadstok, fourquet en degen.
07
BK-NM 12228-I
Musketier klaar om te vuren.
Het laden van een musket kostte veel tijd: eerst moest de pan (voor de ontsteking) met kruit worden gevuld, waarna het losse kruit, de prop en de lading via de voorzijde van de loop moesten worden geladen en met een laadstok worden aangestampt. Daarna werd de smeulende lont in de haan geklemd, waarna het wapen schietgereed was. In de 17e eeuw was de vuursnelheid veelal een schot per minuut. Musketiers waren daarom eveneens met een houwdegen, rapier of een korte sabel bewapend, die zij op het slagveld altijd bij zich droegen; ook werd hen geleerd de kolf als slagwapen te gebruiken.
08
BK-NM 12228-L
Musketier klaar om te vuren.
Hetzelfde motief als op de afbeelding 07 maar minder zorgvuldig uitgevoerd.
09
BK-NM 12228-J
Musketier met de musket op zijn linkerschouder en de fourquet in zijn rechterhand.
10
BK-NM 12228-K
Musketier van achteren gezien. Hij draagt musket en laadstok voor zich in rechter en linker hand.
PIEKENIER
Vijf tegels met afbeeldingen van piekeniers, die hun pieken op hun schouder dragen.
11
BK-NM 12228-B
Een piekenier vocht met een piek, een soort lange lans met een lengte van 3 tot soms 5 meter.
De kracht van de piekeniers was dat zij in een hechte, dichte formatie vochten. Het dicht opeen staan zorgde voor een woud van pieken, falanx genoemd. Een piekeniersvierkant bestond vaak uit 100 man, 10 rijen van 10 man.
Ze werden gebruikt tegen de ridders te paard. Prins Maurits ontwierp voor het Staatse Leger een exercitie, waarbij hij teruggreep op de tactieken en de organisatie van de Macedoniërs, bijna 2000 jaar eerder.
Piekeniers vochten in de 17e en begin 18e eeuw in grote formaties, waarbij zij ondersteund werden door eenheden musketiers. Zij droegen vaak een half harnas, verder waren zij bewapend met een degen. Later werden musketiers steeds belangrijker, terwijl de piekeniers vooral de vijandelijke cavalerie op afstand diende te houden. Aan het einde van de 17e eeuw werd vanuit Bayonne de bajonet ontwikkeld, waardoor elke musketier ook als piekenier kon optreden. De lans verdween aldus vanaf het einde van de 17e eeuw langzaamaan van het slagveld.
12
BK-NM 12228-C
De piekenier draagt zijn piek over zijn rechter schouder.
13
BK-NM 12228-D
Een piek of spies is een dunne ruim 5 meter lange stok met aan het uiteinde een metalen punt, speciaal bedoeld om een aanval door cavalerie af te slaan. De piek werd schuin op de grond geplaatst in de richting van de vijand, om deze tegen te houden. De ruiter moest dan uitwijken om zijn paard niet te verwonden. De piek is een wapen dat in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd werd gebruikt. Het wapen werd tot 1708 in het Staatse leger gebruikt.
14
BK-NM 12228-S
De piekenier draagt zijn piek over zijn rechter schouderen en laat zijn linkerhand op zijn zij rusten.
15
BK-NM 12228-V
Vijf tegels met afbeeldingen van piekeniers, die hun pieken verticaal voor hun borst dragen.
16
BK-NM 12228-E
17
BK-NM 12228-O
18
BK-NM 12228-P
Piekeniers droegen een borstplaat, een helm als beschermende kledingstukken.
19
BK-NM 12228-R
20
BK-NM 12228-U
21
BK-NM 12228-T
Een piekenier rent naar voren, met zijn piek in zijn linkerhand.
Krijgsman met schild en scherpe wapens.
22
BK-NM 12228-F
Opmerking
Het boek ‘Wapenhandelinghe van roers, musquetten ende spiessen’, Jacob de Gheijn II (1607)bevat geen illustraties van de afbeeldingen op de tweeëntwintig tegels.
Helaas ben ik niet op de hoogte van de prenten voor deze tweeëntwintig afbeeldingen. Mocht u een bestand kennen, laat het me dan alstublieft weten.
Afbeeldingen
01-22 Rijksmuseum Amsterdam (Public Domain)
Literatuur
Blom, J.C.H., E. Lamberts, Geschiedenis van de Nederlanden, Amersfoort 2013
Cruyningen, Arnout van, De Tachtigjarige Oorlog. De vrijheidsstrijd in de Nederlanden, Uitgeverij Omniboek 2017
Ham, van der, Gijs, 80 jaar oorlog. De geboorte van Nederland, Atlas Contact 2019
Jansen, H.P.H., Prisma Kalendarium – Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen, Uitgevereij Het Spectrum, 1995
Pluis, Jan, De Nederlandse Tegel. Decors en benamingen 1570-1930. Derde, herziene en vermeederde druk, Primavera Pers – Leiden 2013
Wikipedia
Dankbetuiging
Mijn dank gaat uit naar de heer Jan Pluis voor zijn hulp en mijn zoon voor het redigeren en publiceren van het rapport. |